Пульс · Документы · Нидерланды · Суды Нидерландов (Rechtspraak)

Окружной суд Гааги, дело № NL25.18692 (ECLI:NL:RBDHA:2026:22096): алгоритм CaseMatcher в дублинском решении

ECLI:NL:RBDHA:2026:22096 Rechtbank Den Haag , 07-08-2026 / NL25.18692 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

судебное решение 2026-08-07 30 964 знаков Искусственный интеллект
Скачать На сайте источника Файл оригинала
Действующая редакция. Последнее изменение зафиксировано 2026-08-20.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht zaaknummer: NL25.18692 uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1], eiser, geboren op [datum], van Somalische nationaliteit, V-nummer: [nummer], (gemachtigde: mr. L.J. Meijering), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J. Kloosterman en mr. N.N. Bontje).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 12 oktober 2024 een (opvolgende) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

1.1.

De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 22 april 2025 niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

1.2.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft eiser de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft verweerschriften ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

1.4.

Op 25 juli 2025 heeft de rechtbank de behandeling verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

1.5.

Eiser heeft drie rapportages van verschillende experts op het gebied van Artificial Intelligence (AI) overgelegd, alsmede een artikel over het gebruik van algoritmen. Er zijn tevens aanvullende gronden van beroep ingediend.

1.6.

Op 9 september 2025 heeft de rechtbank, in voorbereiding op de zitting, schriftelijke vragen gesteld aan de minister. De rechtbank heeft de minister verder verzocht om in te gaan op de bevindingen van de door de gemachtigde van eiser geraadpleegde experts als ook op de door de gemachtigde van eiser aangehaalde informatie. Op 15 oktober 2025 heeft de minister gereageerd met een verweerschrift.

1.7.

De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de minister. Ook is een technisch expert van de IND verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

1.8.

De rechtbank heeft op 6 november 2025 het onderzoek heropend en de minister verzocht om aanvullende informatie te verstrekken over de feitelijke werking van CaseMatcher.

1.9.

Op 3 december 2025 is namens de minister verzocht om een aanvullende termijn voor het indienen van de gevraagde aanvullende informatie. Op 29 januari 2026 is namens de minister aanvullende informatie overgelegd. Op 2 maart 2026 en op 20 april 2026 is namens eiser gereageerd.

1.10.

De rechtbank heeft op 7 mei 2026 op grond van artikel 8:80a in samenhang met artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een tussenuitspraak gedaan. De rechtbank heeft in deze tussenuitspraak vastgesteld dat sprake is van motiveringsgebreken. De rechtbank heeft de minister verzocht om aanvullende stukken te overleggen waaruit onder meer de technische werking van CaseMatcher inzichtelijk wordt als ook de wijze waarop eventuele risico’s op bias zijn ondervangen.

1.11.

Bij brief van 21 mei 2026 is namens de minister gereageerd op de tussenuitspraak. Hierin is aangegeven dat de minister geen gebruik wil maken van de gelegenheid om het door de rechtbank geconstateerde gebrek te herstellen. Op 8 juni 2026 is namens eiser gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank, nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld aan te geven of een nadere zitting noodzakelijk was, op 2 juli 2026 het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat mede aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het bestreden besluit

4. De minister heeft op 28 november 2024 de autoriteiten van Duitsland verzocht om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid en onder d, van de Dublinverordening.

Op 2 december 2024 zijn de autoriteiten van Duitsland hiermee akkoord gegaan op grond van artikel 18, eerste lid en onder d, van de Dublinverordening. Op 21 februari 2025 heeft Duitsland Nederland geïnformeerd dat de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag is overgegaan naar Frankrijk. Gelet hierop zijn de autoriteiten van Frankrijk op 24 februari 2025 verzocht eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid en onder b, van de Dublinverordening. Op 10 maart 2025 zijn de autoriteiten van Frankrijk hiermee akkoord gegaan op grond van artikel 18, eerste lid en onder d, van de Dublinverordening. De minister heeft verder overwogen dat ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de minister de aanvraag aan zich zou moeten trekken. Met het bestreden besluit is de asielaanvraag van eiser daarom buiten behandeling gesteld.

Standpunt van eiser

5. Eiser stelt dat uit het bestreden besluit volgt dat de minister niet beschikt over het claimverzoek van Frankrijk aan Duitsland en van Duitsland aan Frankrijk, zodat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Het niet kunnen aanleveren van deze stukken maakt bovendien dat eiser niet over een effectief rechtsmiddel beschikt.

5.1.

Eiser stelt verder dat de besluitvorming onvoldoende transparant, inzichtelijk en controleerbaar is. Uit openbare informatie volgt dat de minister bij de besluitvorming gebruikmaakt van algoritmes.

De minister geeft onvoldoende inzicht in de werking van CaseMatcher en tot op heden is onduidelijk wat voor soort algoritme CaseMatcher is. Niet is uitgesloten dat gebruik gemaakt wordt van AI. Eiser stelt dat er geen regeling is voor het gebruik van CaseMatcher dan wel AI door de minister, zodat onvoldoende geborgd is dat het besluit op zorgvuldige wijze tot stand komt en dat eveneens onvoldoende geborgd is dat bij de totstandkoming van het besluit niet wordt gediscrimineerd. Eiser wijst op de risico’s bij het gebruik van algoritmes en verwijst hiervoor naar de position paper van het College voor de rechten van de Mens.

Het gebrek aan regelgeving brengt ook met zich dat de betreffende ambtenaar, naast de CaseMatcher, ook gebruik kan hebben gemaakt van andere vormen van AI zoals bijvoorbeeld “ChatGPT” of “CoPilot”. Subsidiair stelt eiser zich op het standpunt dat de minister gebruikmaakt van een AI-systeem met een hoog risico waarvoor strikte verplichtingen gelden bij het gebruik daarvan. Op basis van de informatie die de minister heeft overgelegd kan in ieder geval niet worden uitgesloten dat CaseMatcher een AI-systeem is. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiser een aantal vragen voorgelegd aan verschillende experts op dit gebied en de antwoorden daarop aan het dossier toegevoegd.

Hieruit komt - samengevat - het volgende naar voren.

5.1.1.

Volgens mr. [naam 2]

is op basis van de door het ministerie verstrekte informatie niet met zekerheid vast te stellen of CaseMatcher een (lerend/getraind) AI-systeem is. Zo is er weinig inzicht in de technische werking en totstandkoming van het scoringssysteem. Hierdoor blijft onduidelijk hoe de variabelen en bijbehorende wegingen leiden tot de relevantiescore en of de selectie en weging van factoren volledig vooraf door mensen is vastgesteld of gebaseerd is op data-analyse en machine learning

-technieken. Ook als geen sprake is van een AI-systeem betekent dat niet dat het risico op ( bias

of) discriminatie is uitgesloten. Ongeacht het soort systeem, zijn er risico’s verbonden aan het zoeken, filteren en rangschikken van informatie op basis van kenmerken zoals land van herkomst, nationaliteit of geslacht in de context van asielaanvragen. Door een gebrek aan informatie over de technische werking en totstandkoming van het zoekalgoritme is het onduidelijk op welke basis informatie wordt gerangschikt en welke keuzes, onderbouwingen en perspectieven (zoals juridische en ethische) daarin zijn meegewogen. Ten aanzien van de vraag of sprake is van bias

, stelt Haitsma dat er een reëel risico bestaat op automation bias

, waarbij beslissingen (te) sterk leunen op de output van het systeem, mat name op gevoelige filters en de relevantiescore. De wijze waarop informatie wordt gepresenteerd aan de IND-medewerker beïnvloedt welke stukken worden meegenomen in de beoordeling en dus ook welke stukken niet. Daarnaast is onduidelijk of alle besluiten daadwerkelijk terechtkomen in de database waarin CaseMatcher zoekt, en zo ja, hoe vaak nieuwe casussen worden toegevoegd.

5.1.2.

Volgens prof. [naam 3]

functioneert CaseMatcher als een beslisondersteunend systeem. De CaseMatcher bepaalt welke documenten en asielaanvragen als relevant of vergelijkbaar worden aangemerkt, en deze informatie kan invloed hebben op, of zelfs onderdeel zijn van, de uiteindelijke beslissing van de beslismedewerker. De beschikbare informatie in de documenten en het Algoritmeregister is onvoldoende om met zekerheid vast te stellen of de CaseMatcher wel of geen AI-systeem is. Verder wordt in het evaluatierapport over de CaseMatcher gesproken over het gebruik van technieken uit tekst mining en AI bij de ontwikkeling van het systeem.

In de beschrijvingen van de methods_and_models in het Algoritmeregister van de IND wordt echter niet toegelicht of, en zo ja welke, tekst mining en AI-technieken daadwerkelijk zijn toegepast in de CaseMatcher, noch hoe accuraat deze technieken zijn. Zo wordt bijvoorbeeld alleen vermeld dat de relevantiescore van documenten wordt bepaald met behulp van “standaard zoekalgoritmes”, zonder toe te lichten welke dat precies zijn.

Ten aanzien van de bias overweegt [naam 3] dat de inzet van CaseMatcher bepaalde risico’s met zich brengt, zelfs wanneer geen gebruik wordt gemaakt van AI-technieken. Algoritmische zoeksystemen kunnen leiden tot bias

, bijvoorbeeld doordat irrelevante zaken als relevant worden aangemerkt, relevante zaken over het hoofd worden gezien, of doordat IND-medewerkers specifieke zoektermen hanteren die de uitkomsten beïnvloeden.

5.1.3.

Volgens [naam 4]

is de stelling van de minister dat CaseMatcher niet zelflerend is, onvoldoende om vast te stellen dat het systeem strikt rule-based

is. In het Algoritmeregister is opgenomen dat CaseMatcher een tool is die werkt met zoektermen en filters, waarbij de medewerker kan zoeken op o.a. jaartal, nationaliteit, documenttype en klantinformatie. De resultaten worden gesorteerd op relevantie, bepaald door een standaard zoekalgoritme dat documenten rangschikt op basis van frequentie van zoektermen en de mate van overeenkomst. Deze beschrijving suggereert een geautomatiseerd scoringssysteem, wat kan betekenen dat het systeem meer is dan een klassiek rule-based systeem. Immers, de relevantie van documenten wordt niet uitsluitend bepaald door vaste regels, maar door een scoringsmechanisme dat zoekresultaten rangschikt. De aanwezigheid van een relevantiescore, die wordt berekend op basis van zoektermen en filters, wijst juist op een geautomatiseerd rangschikkingssysteem dat kenmerken kan hebben van een ranking

-algoritme. Het systeem is daarmee mogelijk rule-based in de zoekcriteria (ALS nationaliteit is x

, DAN filter

), maar niet rule-based in de berekening van de relevantie (waar de score dynamisch wordt bepaald). De Winter stelt ten aanzien van de bias dat confirmation bias kan ontstaan als medewerkers via het systeem vooral documenten vinden die eerdere afwijzingen ondersteunen, waardoor ze geneigd zijn eenzelfde conclusie te trekken, zonder naar de specifieke omstandigheden van de voorliggende zaak te kijken.

Standpunt van de minister

6. De gemachtigden van de minister hebben zich primair op het standpunt gesteld dat in de onderhavige zaak geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher. Hiervoor is verwezen naar hetgeen is opgenomen in het verweerschrift van 15 oktober 2025 en de brief van de minister van 29 januari 2026.

6.1.

De rechtbank stelt vast dat de minister, in aanvulling op het primaire standpunt, eveneens stukken heeft overgelegd die zien op de werking van CaseMatcher. De rechtbank verwijst hierbij naar de verweerschriften met bijlagen van 15 oktober 2026 en 29 januari 2026. De rechtbank begrijpt deze stukken zo dat de minister een subsidiair standpunt heeft ingenomen ten aanzien van het gebruik van CaseMatcher. Uit de stukken volgt

- samengevat - dat de minister zich op het standpunt stelt dat de software die aan CaseMatcher ten grondslag ligt weliswaar gebruik maakt van een algoritme, maar dat het geen AI-systeem is. De tool is niet in staat om te leren, redeneren of modelleren (‘te infereren’) en evenmin in staat om zelfstandig (‘autonoom’) acties uit te voeren en capaciteiten aan te leren (‘zich aan te passen’). Volgens de minister is CaseMatcher een eenvoudige zoekmachine die op basis van een keyword search alleen vaststelt of en zo ja, hoe vaak, een bepaalde zoekterm in een document of zaak voorkomt. Dit gebeurt aan de hand van statistische principes en wiskundige berekeningen. Volgens de minister gaat het hierbij alleen om (het optellen van) zoektermen en niet om een (gedeeltelijk) autonome of (gedeeltelijk) zelflerende toepassing. De minister heeft er verder op gewezen dat uit het evaluatierapport volgt dat bij de implementatie van CaseMatcher is afgezien van het gebruik van AI.

6.2.

In reactie op het verzoek van de rechtbank van 6 november 2025 heeft de minister aanvullende documenten in het geding gebracht. In de verklaring van een technisch expert is toegelicht dat binnen CaseMatcher gebruik wordt gemaakt van een eenvoudige software van een externe partij. Hieraan is geen AI-element toegevoegd. De softwareleverancier heeft in een verklaring toegelicht dat de software gebaseerd is op rule-based formules en dat het systeem geen voorspellingen, aanbevelingen, classificaties of besluiten kan genereren. Het systeem heeft evenmin een zelflerend vermogen. De relevantiescore zou verder worden bepaald aan de hand van verschillende methoden. De formules die hieraan ten grondslag liggen, opereren enkel op basis van informatie, zoals de vraag hoe vaak een zoekterm in een document voorkomt en op basis van vooraf ingestelde wiskundige wegingsfactoren. Verder heeft de minister stukken overgelegd die zien op de vraag of sprake kan zijn van ( automation

)

bias

. Volgens de technisch expert kan het in theorie zo zijn dat een zoekterm vaker voorkomt in zaken waarin een aanvraag wordt afgewezen dan in zaken waarin een aanvraag is ingewilligd. Ondanks dat dit volgens de technisch expert geen risico voor bias oplevert, is bepaald dat medewerkers voorafgaand aan het gebruik van CaseMatcher een e-learning moeten doorlopen. De minister heeft screenshots overgelegd van deze e-learning.

Tussenuitspraak

7. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat op basis van het dossier en hetgeen op zitting is besproken, de werking van CaseMatcher niet inzichtelijk is geworden. De minister is daarom verzocht om - samengevat - nader inzicht te geven in het geheel aan regels dat ten grondslag ligt aan de werking van het algoritme. De rechtbank heeft eveneens verzocht om schriftelijk te onderbouwen dat bij de ontwikkeling en implementatie van CaseMatcher geen gebruik is gemaakt van AI. Verder is verzocht om documenten over te leggen waaruit volgt welke risico’s op bias bij het gebruik van CaseMatcher in kaart zijn gebracht en welke maatregelen zijn genomen om eventuele risico’s te ondervangen.

Reactie partijen op tussenuitspraak

8. De minister heeft in de reactie van 21 mei 2026 aangegeven geen gebruik te zullen maken van de door de rechtbank geboden gelegenheid om documenten over te leggen die inzicht geven in de regels die ten grondslag liggen aan het algoritme. De minister heeft zich opnieuw op het standpunt gesteld dat in de onderhavige zaak geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher. De minister heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de minister enkel gehouden is het gebruik van een algoritme te vermelden in een besluit, als vermelding van (en uitleg over) dat algoritme nodig is om een besluit deugdelijk te motiveren. Als de inhoud van een besluit logisch geconstrueerd kan worden aan de hand van de gegeven motivering in het besluit, bestaat op grond van het motiveringsbeginsel geen verplichting tot vermelding en uitleg van een in de voorbereiding van het besluit gebruikt algoritme. In het onderhavige geval wordt het bestreden besluit volgens de minister volledig gedragen door de gegeven motivering en blijken de feiten en omstandigheden die redengevend zijn geweest voor het besluit uit het bestreden besluit.Het is volgens de minister verder uitgesloten dat het bestreden besluit het resultaat van CaseMatcher is, waardoor (een deel van) de motivering van het besluit niet kenbaar zou zijn voor eiser, nu CaseMatcher een zoek- en vindtool is die het mogelijk maakt te zoeken naar eerder behandelde zaken waarin een door de medewerker handmatig ingevulde zoekterm voorkomt.

9. Eiser handhaaft alle eerder ingediende gronden.

Oordeel van de rechtbank

Is gebruik gemaakt van CaseMatcher?

10. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of in de onderhavige zaak gebruik is gemaakt van CaseMatcher.

10.1.

De rechtbank heeft de minister op 11 juli 2025 verzocht om aan te geven of op enig moment tijdens de besluitvorming gebruik is gemaakt van algoritmes, bijvoorbeeld door middel van CaseMatcher of AI. Daarnaast is verzocht om, indien mogelijk, stukken aan te leveren die onderbouwen dat er al dan niet gebruik is gemaakt van deze tools. In zijn reactie van 17 juli 2025 heeft de minister het volgende aangegeven:

De vaststelling en de waardering van de feiten en omstandigheden die aan het bestreden besluit ten grondslag liggen, zijn niet geheel of voor een deel het resultaat van enig algoritme, daaronder begrepen de CaseMatcher. Het bestreden besluit is dus niet geheel of voor een deel geautomatiseerd tot stand gekomen.

10.2.

Op de zitting van 22 juli 2025 is door de gemachtigde van de minister aangegeven dat er geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher. Hiervoor is volgens de gemachtigde van de minister intern navraag gedaan en er staat niets over vermeld in de dossierstukken, zodat ervan uitgegaan kan worden dat er geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher.

10.3.

In het verweerschrift van 15 oktober 2025 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher, nu de beslismedewerker die verantwoordelijk is geweest voor de (voorbereiding van en het opstellen van) het bestreden besluit geen toegang heeft tot CaseMatcher en daarom dus ook geen gebruik heeft kunnen maken van deze tool.

10.4.

Op de zitting van 29 oktober 2025 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de betreffende medewerker niet bevoegd is om gebruik te maken van CaseMatcher. Hierdoor kan volgens de minister met zekerheid worden gesteld dat de betreffende medewerker geen gebruik heeft gemaakt van CaseMatcher.

10.5.

In zijn reactie van 29 januari 2026 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat er in de onderhavige zaak geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher. Hiervoor is eveneens verwezen naar het verweerschrift van 15 oktober 2025.

11. De rechtbank stelt voorop dat de minister zijn stelling dat geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher niet nader heeft onderbouwd door middel van stukken. Alleen al om deze reden kan de enkele stelling dat geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher niet standhouden. Daarbij merkt de rechtbank op dat de minister de motivering van zijn standpunt gedurende de procedure heeft gewijzigd: tijdens de zitting van 22 juli 2025 was het standpunt dat uit interne navraag en uit de dossierstukken niet is gebleken dat gebruik is gemaakt van CaseMatcher, maar tijdens de zitting van 29 oktober 2025 was het standpunt dat de betreffende medewerker niet bevoegd zou zijn gebruik te maken van CaseMatcher. Hoewel het standpunt in beide gevallen is dat CaseMatcher niet is gebruikt, is de toelichting hierbij gewijzigd. Niet valt in te zien waarom het nadere standpunt dat de betreffende medewerker niet bevoegd zou zijn of zelfs geen toegang zou hebben tot de tool, tijdens de zitting van 22 juli 2025 niet reeds naar voren gebracht had kunnen worden, te meer nu er intern navraag is gedaan door de minister. Nu de rechtbank expliciet heeft verzocht om een onderbouwing van het standpunt dat CaseMatcher niet is gebruikt en een dergelijke onderbouwing ontbreekt, kan de rechtbank niet uitsluiten dat CaseMatcher is gebruikt. De rechtbank oordeelt dan ook dat het ervoor moet worden gehouden dat in deze zaak mogelijk gebruik gemaakt is van CaseMatcher, zodat de rechtbank toekomt aan de beoordeling van de beroepsgronden die zien op CaseMatcher.

Is CaseMatcher een AI-systeem?

12. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat aan CaseMatcher een algoritme ten grondslag ligt. Het geschil richt zich allereerst op de vraag of CaseMatcher een AI-systeem is. Het geschil richt zich daarnaast op de vraag of het gebruik van CaseMatcher risico op bias met zich brengt en, zo ja, of deze risico’s voldoende zijn ondervangen.

13. De rechtbank is van oordeel dat de informatie in de door eiser overgelegde expertbrieven vragen heeft opgeroepen over de technische werking van CaseMatcher en de totstandkoming van het scoringssysteem. In de tussenuitspraak is al overwogen dat de minister zijn conclusies ten aanzien van CaseMatcher met de rechtbank heeft gedeeld. Dit betreft onder meer de conclusie dat CaseMatcher geen AI-systeem is, dat geen sprake is van zelflerend vermogen en dat de formules die ten grondslag liggen aan het bepalen van de relevantiescore alleen opereren op basis van vooraf ingestelde wiskundige wegingsfactoren. Ter onderbouwing hiervan zijn verschillende verklaringen overgelegd. De rechtbank heeft op grond van de door de minister verstrekte informatie echter geen inzicht gekregen in de feitelijke werking van CaseMatcher, waar door de rechtbank wel om is verzocht. Zo zijn onder meer de vragen op welke wijze het zoekalgoritme informatie rangschikt, welke wiskundige wegingsfactoren aan de relevantiescore ten grondslag liggen, op welke wijze deze zijn vastgesteld, welke technieken hierbij zijn gebruikt en, in het verlengde daarvan, of CaseMatcher een AI-systeem is, onbeantwoord gebleven.

14. De rechtbank is verder van oordeel dat van de minister transparantie mag worden verwacht over de technische werking van CaseMatcher en overweegt hierbij het volgende. Zolang niet kan worden vastgesteld dat al dan niet gebruik is gemaakt van een AI-systeem, kan ook niet worden beoordeeld of de minister de waarborgen omtrent het eventuele gebruik van AI voldoende in acht heeft genomen. De rechtbank kan evenmin vaststellen of eventuele risico’s op bias die zijn verbonden aan het zoeken, filteren en rangschikken van informatie op basis van kenmerken zoals land van herkomst, nationaliteit of geslacht in de context van asielaanvragen, op afdoende en adequate wijze zijn weggenomen. De rechtbank acht hierbij van groot belang dat het gebruik van algoritmen risico’s met zich brengt, hetgeen ook blijkt uit het op 13 mei 2025 openbaar gemaakte evaluatierapport

: de IND-medewerkers geven over de functionaliteit van CaseMatcher aan dat zij vrijwel alle gevonden documenten en asielaanvragen als relevant beschouwen. Dit brengt het risico met zich dat de beslisambtenaren ook geneigd zijn de beslissingen uit eerdere zaken over te nemen dan wel zwaar mee te laten wegen bij hun eigen beoordeling.

15. In het verlengde van het voorgaande kan de rechtbank evenmin beoordelen of het bestreden besluit volledig wordt gedragen door de gegeven motivering in het besluit, nu onduidelijk is gebleven of (een deel van) de motivering in het besluit het resultaat is van CaseMatcher. Om dit te kunnen beoordelen moet het voor de rechtbank immers inzichtelijk zijn welke regels ten grondslag liggen aan de werking van het algoritme en of sprake is van een AI-systeem. Anders dan de minister heeft aangevoerd, oordeelt de rechtbank dan ook dat niet kan worden vastgesteld dat het besluit volledig wordt gedragen door de gegeven motivering, nu niet kan worden vastgesteld of CaseMatcher een AI-systeem is. Als gevolg daarvan kan evenmin worden vastgesteld of het vermelden van het gebruik van het algoritme in het besluit noodzakelijk is om het besluit deugdelijk te motiveren. In dat verband merkt de rechtbank op dat wanneer zij inzicht vraagt in documenten, vooral als het gaat om de gegevens die in asielzaken worden gebruikt, de minister daar transparant in moet zijn. De minister heeft echter geen inzage verschaft in de technische werking van CaseMatcher, waardoor de werking van CaseMatcher en het gebruik van het algoritme in de besluitvorming niet in rechte kan worden getoetst. Daarmee is sprake van een motiveringsgebrek.

16. Nu het bestreden besluit, gelet op het voorgaande, niet in stand kan blijven, is het beroep gegrond. De rechtbank komt daarom niet toe aan de bespreking van de overige beroepsgronden.

Conclusie en gevolgen

17. Het voorgaande betekent dat, zolang niet kan worden vastgesteld dat het vermelden van het algoritme noodzakelijk is om tot een deugdelijke motivering van het besluit te komen, sprake is van een motiveringsgebrek. Een andere uitleg zou immers betekenen dat de rechtbank de stellingname van de minister dat geen sprake is van een AI-systeem niet kan controleren, en besluiten waar mogelijk AI aan ten grondslag ligt, niet in rechte kunnen worden getoetst. Zolang onduidelijk blijft of CaseMatcher een AI-systeem is, is eveneens sprake van een zorgvuldigheidsgebrek ten aanzien van de vraag of sprake is van bias en zo ja, of de mogelijke risico’s voldoende zijn ondervangen. De overlegde informatie is daartoe onvoldoende nu immers bij een AI-systeem andere risico’s op bias ontstaan en andere maatregelen moeten worden genomen ter voorkoming daarvan.

18. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. De minister heeft de aanvraag ten onrechte buiten behandeling gesteld. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, omdat het genomen is in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten of om zelf een beslissing te nemen, omdat de minister een nieuwe beoordeling moet maken van de asielaanvraag van eiser. Als de minister daarbij opnieuw gebruik maakt van de CaseMatcher moet hij dat doen met inachtneming van deze uitspraak. Als geen gebruik gemaakt wordt van de CaseMatcher moet dat worden onderbouwd. De rechtbank geeft de minister een termijn van zes weken om opnieuw op de aanvraag te beslissen.

19. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,-. De rechtbank kent hierbij 3 punten toe met een wegingsfactor van 1 en een waarde per punt van € 934,-. De rechtbank komt als volgt tot deze punten: 1 punt voor het indienen van een beroepschrift. Nu voor de aanwezigheid op de zitting van 22 juli 2025 al 1 punt is toegekend bij de toewijzing van de voorlopige voorziening, kent de rechtbank daarvoor niet opnieuw een punt toe. De rechtbank kent wel 1 punt toe voor de aanwezigheid op de zitting van 29 oktober 2025. Daarnaast komt voor vergoeding van 0,5 punt per reactie in aanmerking de reactie van eiser voor zover de rechtbank hierom heeft verzocht. Dat betreft in deze zaak de reactie van 2 maart 2026 alsmede de reactie van 8 juni 2026 op de reactie van de minister naar aanleiding van de tussenuitspraak.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het besluit van 22 april 2025;

draagt de minister op binnen zes weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiser, met inachtneming van deze uitspraak;

veroordeelt de minister tot betaling van € 2.802,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzitter, mr. R. Tesfai en mr. L.J. van der Veen, leden, in aanwezigheid van A. Hoekstra-Verbeek, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bij uitspraak van 25 juli 2025 is de voorlopige voorziening toegewezen, zie hiervoor ECLI:NL:RBDHA:2025:13682.

Bias is een vooringenomenheid, vertekening of een systeemfout in het denken of in gegevens.

Verordening (EU) 604/2013.

https://algoritmes.overheid.nl/nl/algoritme/oorg10222/36268942/case-matcher-een-zoek-en-vindfunctie-bij-asielaanvragen .

Position Paper Transparantieverplichting voor overheid bij gebruik algoritmes, College voor de Rechten van de Mens 2023, te raadplegen via https://publicaties.mensenrechten.nl/publicatie/bf15558a-1b17-43d7-a60e-df9ff8847491 .

Mr. [naam 3], promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen, prof. dr. M.M. Dastani, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en B.J.S.A.A.F. de Winter, IT beveiligingsexpert/journalist IT.

Mr. [naam 3], brief van 22 juli 2025.

Prof. [naam 2], e-mailbericht van 21 juli 2025.

Evaluatie Experiment Case Matcher, ministerie van Justitie en Veiligheid, 14 januari 2021.

Op pagina 5 van het evaluatierapport wordt aangegeven dat het idee ontstond om een CaseMatcher te ontwikkelen met behulp van technieken uit de tekst mining en artificial intelligence en een prototype gebaseerd op dat idee is gebouwd en getest.

Eiser verwijst in de gronden van beroep zelf ook naar het evaluatierapport uit 2021 ter onderbouwing van het standpunt dat niet uitgesloten is dat CaseMatcher een AI-systeem is.

[naam 4], brief van 13 mei 2025.

Zie hiervoor: ECLI:NL:RBDHA:2025:10064, r.o. 5.1.

Evaluatie Experiment Case Matcher, ministerie van Justitie en Veiligheid, 14 januari 2021. p. 11.

In geval van een AI-systeem is de minister gehouden melding te maken van het gebruik van het systeem als ook van de risico’s en de genomen maatregelen.

Перевод на русский: GigaChat-3-Ultra, 16.09.2026. Машинный перевод, вычитывается редакцией.