RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11959807 \ UC EXPL 25-8800 Vonnis van 22 juli 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , procederend in persoon, tegen BOL.COM B.V. , te Utrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: Bol, gemachtigde: mr. C.C. Derksen. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek, - de conclusie van dupliek. 1.2 Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiser] heeft in 2022 een product bij [bedrijf] ” (hierna: [bedrijf] ) gekocht via het platform van Bol. Volgens [eiser] betrof dit een namaak-product en [eiser] heeft daarover geklaagd bij Bol. Partijen hebben hun geschil voorgelegd aan de Geschillencommissie Thuiswinkel. De Geschillencommissie heeft in september 2025 de klacht van [eiser] ongegrond verklaard (bindend advies). Daarna is [eiser] (zo stelt [eiser] zelf) erachter gekomen dat [bedrijf] niet bestaat. [eiser] wil dat de uitspraak van de Geschillencommissie alsnog vernietigd wordt. [eiser] vordert dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Bol tekortgeschoten is in haar zorgplicht, dat Bol wordt veroordeeld tot het verstrekken van volledige informatie over (de verwijdering op het Bol platform van) [bedrijf] , dat Bol de schade van [eiser] betaalt en/of dat de kantonrechter iedere verdere beslissing neemt die hij passend acht. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af. 3 De beoordeling Het bindend advies wordt niet vernietigd 3.1 Een bindend advies zoals het oordeel van de Geschillencommissie is een vaststellingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:900 BW. Partijen zijn daaraan gebonden. Vernietiging van dat bindend advies is alleen mogelijk wanneer gebondenheid van partijen in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (zie artikel 7:904 BW). Daarvan is geen sprake. De Geschillencommissie heeft in haar beslissing mede in overweging genomen dat het door [eiser] gekochte product wellicht een namaak-product zou kunnen zijn. Dat (zo stelt [eiser] en betwist Bol) later aan het licht zou zijn gekomen dat [bedrijf] zelf een frauduleuze onderneming zou zijn, maakt inhoudelijk geen verschil. De kern van wat [eiser] betoogt is dat Bol zich niet aan haar zorgplicht heeft gehouden en de Geschillencommissie heeft die klacht ongegrond verklaard. Uit niets blijkt dat die beslissing een kennelijke misslag zou zijn, of dat deze niet tot stand zou zijn gekomen volgens de beginselen van een behoorlijke procesvoering. Dat [eiser] het niet eens is met de uitkomst, maakt deze niet onaanvaardbaar. Het bindend advies blijft daarom in stand en partijen blijven daaraan gebonden. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen 3.2 [eiser] vordert onder meer dat de kantonrechter voor recht moet verklaren dat Bol tekortgeschoten is in haar zorgplicht als platformbeheerder en dat Bol veroordeeld zou moeten worden tot het verstrekken van volledige informatie waaronder [bedrijf] van het platform is verwijderd, plus de maatregelen die Bol heeft genomen om herhaling te voorkomen. Die vorderingen worden afgewezen, omdat hierover de Geschillencommissie al heeft beslist en die beslissing in stand blijft. Op deze punten is [eiser] niet ontvankelijk. 3.3 De kantonrechter kan uit de beslissing van de Geschillencommissie niet opmaken of [eiser] ook in de bindend adviesprocedure aanspraak heeft gemaakt op schadevergoeding. Voor zover [eiser] dat niet heeft gedaan, is hij nu wel ontvankelijk. De vordering wordt afgewezen. Dat [eiser] enige schade heeft geleden, heeft [eiser] niet duidelijk gemaakt. De kantonrechter begrijpt dat Bol het aankoopbedrag van het bij [bedrijf] gekochte product heeft terugbetaald aan [eiser] . Voor vergoeding van immateriële schade is geen plaats, althans heeft [eiser] op geen enkele manier aangetoond dat hij daarop aanspraak zou kunnen maken. 3.4 [eiser] vordert verder dat de kantonrechter ‘iedere verdere beslissing neemt die de kantonrechter passend acht ter bevordering van zorgvuldige handelspraktijken, ter versterking van consumentenbescherming op online platformen en ter voorkoming van herhaling van vergelijkbare situaties waarin consumenten tussen wal en schip raken’. Dat wordt als te onbepaald afgewezen. [eiser] moet de proceskosten betalen 3.5 [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bol worden begroot op € 632,50 (2 punten salaris gemachtigde á € 253,00 per punt en € 126,50 aan nakosten) plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 verklaart [eiser] deels niet-ontvankelijk in zijn vordering en wijst het overige deel af, 4.2 veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3 verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026. RW1368