{"check":null,"uid":"1037be4c60a69b98","title":"ECLI:NL:RVS:2026:5362 Raad van State , 09-09-2026 / 202502830/1/A3 Bestuursrecht","title_generated":false,"country":"Нидерланды","organ":"Суды Нидерландов (Rechtspraak)","kind":"case","kind_name":"Судебная практика","lang":"nl","date":"2026-09-09","summary":"Суд рассмотрел апелляцию гражданина против отказа органа социального обеспечения назначить дополнительную штрафную санкцию за несвоевременное принятие решения. Апеллянт ссылался на статью 8:55d Общей административной правовой нормы Нидерландов, предусматривающую возможность назначения такой санкции при несвоевременном принятии решения. Суд отклонил апелляцию, указав, что заявитель подал жалобу не из-за несвоевременного принятия решения, а относительно другого вопроса, поэтому оснований для применения указанной статьи не возникло.","snippet":"","topics":["Персональные данные"],"status":"ok","error":"","text_len":3968,"versions":1,"url":"https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARVS%3A2026%3A5362","first_seen":"2026-09-10","last_checked":"2026-09-17 01:54","relevance":"hit","score":3,"query":"","source_key":"rechtspraak","verdict":{"relevance":"hit","score":3,"topics":["Персональные данные"],"need_body":3,"authorities":[{"kind":"акт","name":"algemene verordening gegevensbescherming","topic":"Персональные данные"}],"evidence":[{"topic":"Персональные данные","term":"algemene verordening gegevensbescherming","weak":false,"pos":362,"ctx":"afgewezen. [appellante] heeft bij de Dienst Toeslagen verzoeken om inzage op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ingediend. Op 16 maart 2022 hij de Dienst Toeslagen in gebreke gesteld wege... 202502830/","zone":"акт","weight":3}],"dropped":[]},"last_changed":"2026-09-10","meta":{"ecli":"ECLI:NL:RVS:2026:5362","instantie":"Raad van State","zaaknummer":"202502830/1/A3","type":"Uitspraak","inhoudsindicatie":"Bij besluit van 29 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] medegedeeld dat zijn ingebrekestelling niet in behandeling wordt genomen en dat zijn verzoek om een dwangsom wordt afgewezen. [appellante] heeft bij de Dienst Toeslagen verzoeken om inzage op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ingediend. Op 16 maart 2022 hij de Dienst Toeslagen in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken. Bij besluit van 29 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat zijn ingebrekestelling niet in behandeling wordt genomen omdat hij de Dienst Toeslagen eerder in gebreke heeft gesteld en al een toewijzende beschikking heeft gekregen. De Dienst Toeslagen heeft zijn verzoek om het toekennen van een dwangsom daarom afgewezen."},"source_url":"https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARVS%3A2026%3A5362","text":"202502830/1/A3.\n\nDatum uitspraak: 9 september 2026\n\nAFDELING\n\nBESTUURSRECHTSPRAAK\n\nUitspraak op het hoger beroep van:\n\n[appellante], wonend in [woonplaats],\n\nappellante,\n\ntegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 28 april 2025 in zaak nr. 24/2358 in het geding tussen:\n\n[appellante]\n\nen\n\nde Dienst Toeslagen.\n\nProcesverloop\n\nBij besluit van 29 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] medegedeeld dat zijn ingebrekestelling niet in behandeling wordt genomen en dat zijn verzoek om een dwangsom wordt afgewezen.\n\nBij besluit van 12 december 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.\n\nBij uitspraak van 28 april 2025 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.\n\nTegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.\n\n[appellante] heeft nadere stukken ingediend.\n\nDe Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.\n\nDe Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 augustus 2026, waar de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], is verschenen.\n\nOverwegingen\n\n1. [appellante] heeft bij de Dienst Toeslagen verzoeken om inzage op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ingediend. Op\n\n16 maart 2022 hij de Dienst Toeslagen in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken. Bij besluit van 29 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] meegedeeld dat zijn ingebrekestelling niet in behandeling wordt genomen omdat hij de Dienst Toeslagen eerder in gebreke heeft gesteld en al een toewijzende beschikking heeft gekregen. De Dienst Toeslagen heeft zijn verzoek om het toekennen van een dwangsom daarom afgewezen.\n\nBij besluit van 12 december 2023 heeft de Dienst Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.\n\nDe rechtbank heeft het door [appellante] ingestelde beroep ongegrond verklaard.\n\n2. [appellante] is het niet eens met deze uitspraak en heeft hoger beroep ingesteld.\n\nWat heeft [appellante] in hoger beroep aangevoerd?\n\n3. [appellante] betoogt dat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij is gegaan dat hij op grond van artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), naast de toegekende bestuurlijke dwangsom, ook recht heeft op een aanvullende dwangsom van € 15.000,00, verhoogd met wettelijke rente.\n\n3.1. Als de rechter een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaart en er op dat moment nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de rechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt. Dit volgt uit artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb. In het tweede lid van dat artikel staat dat de rechter in die situatie bevoegd is om een dwangsom te verbinden aan de uitspraak voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. Maar die situatie doet zich hier niet voor. [appellante] heeft geen beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen, maar tegen de beslissing op bezwaar dat zijn ingebrekestelling niet in behandeling wordt genomen en dat zijn verzoek om een dwangsom wordt afgewezen. Dit beroep heeft de rechtbank ongegrond verklaard. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de Dienst Toeslagen op grond van dat artikel aan [appellante] een aanvullende dwangsom wegens niet tijdig beslissen is verschuldigd.\n\nHet betoog slaagt niet.\n\n4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.\n\n5. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.\n\nBeslissing\n\nDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:\n\nbevestigt de aangevallen uitspraak.\n\nAldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.E. Larsson-van Reijsen, griffier.\n\nw.g. Lange\n\nlid van de enkelvoudige kamer\n\nw.g. Larsson-van Reijsen\n\ngriffier\n\nUitgesproken in het openbaar op 9 september 2026\n\n978","changes":[]}